OliNo

Duurzame Energie

Kruidvat – Kaarslamp E14 (3x)

Geplaatst door Marcel van der Steen in Lampmetingen Geef een reactie

Kruidvat presenteert hierbij een kaarslamp. Door OliNo gekocht als referentie. De metingen van OliNo laten zien dat de lamp een warmwit licht afgeeft met een kleurtemperatuur van 2737 K. De lamp verbruikt 3.2 W aan vermogen en geeft hiermee een lichtstroom van 256 lm. De efficiency komt hiermee op 79 lm/W. De lamp valt in de energie label categorie A+.

In dit artikel staan allerlei interessante lampparameters. Er zijn drie lampen gemeten, zie voor waardes de samenvattingstabel.

Zie voor een vergelijk met andere lampen dit overzicht.

Samenvatting meetgegevens

parameter meting lamp opmerking
Kleurtemperatuur 2737 K warmwit, de andere twee metingen waren: 2728K en 2754K.
Lichtsterkte Iv 15.9 Cd Gemeten recht onder de lamp.
Verlichtingssterkte modulatie index 43 % Gemeten met een sensor gericht op de lamp (kijkhoek niet gedefinieerd). Dit getal geeft de mate van knipperen aan.
Stralingshoek 284 deg 284 graden is de stralingshoek voor alle C-vlakken daar deze lamp symmetrisch is over de 1ste as.
Vermogen P 3.2 W Volg de link voor meer elektrische en temperatuureigenschappen. De andere twee lampen maten 3.3 en 3.2 W.
Power Factor 0.45 Met deze powerfactor geldt dat voor iedere 1 kWh aan netto vermogen, er 1.96 kVAhr aan reactief vermogen is geweest.
THD 52 % Total Harmonic Distortion.
Max inschakelstroom 0.701 A Deze stroom is gevonden bij een starthoek van de spanning van 90 graden.
Lichtstroom 256 lm Met een fotogoniometer gemeten, berekening zoals aangegeven in LM79-08. De andere twee 260 en 258 lm.
Efficiëntie 79 lm/W De efficientie van de andere twee lampen was 79 en 79 lm/W.
EU2013-label classificatie A+ De energieklasse, van A++ (meest efficiënt) tot en met E (minst efficiënt). Dit label is de update van het voorgaande label, verplicht vanaf sept 2013.
CRI_Ra 79 Color Rendering Index oftewel de kleurweergave index. De CRI van de andere twee lampen was 79 en 79.
Coordinaten kleursoort diagram x=0.4618 en y=0.4184
Fitting E14 Deze lamp wordt direct aangesloten op de netspanning
PAR waarde 0.1 uMol/s/m2 Het aantal fotonen wat een gemiddelde plant ziet in het licht van deze lamp, geldend op 1 m afstand van de lamp en ge-extrapoleerd naar 1 m^2 oppervlak.
PAR fotonrendement 0.7 uMol/s/We Het aantal fotonen wat een gemiddelde plant ziet in het licht van deze lamp.
Fotonstroom 4.0 uMol/s Het aantal fotonen wat zit in het licht van deze lamp (zonder weging).
S/P ratio 1.2 Dit is de factor die aangeeft hoeveel keer efficiënter deze lamp is in het generen van visueel effectief licht voor het menselijk oog, bij nachtgevoeligheid (vergeleken met daggevoeligheid).
D x H afmetingen 38 mm x 106 mm Buitenafmetingen van de lamp.
D x H afmetingen lichtruimte 38 mm x 56 mm Afmetingen van het gebied waar het licht vandaan komt. Is het oppervlak waardoorheen het licht komt. Deze parameters worden in een Eulumdatfile gebruikt.
Algemene opmerkingen De omgevingstemperatuur gedurende de hele set van verlichtingsterktemetingen was 24.8 – 25.0 deg C.De lamp wordt maximaal ongeveer 49 graden warmer dan omgevingstemperatuur.Opwarmeffect: Gedurende de opwarming varieert de verlichtingssterkte gedurende 22 minuten en neemt dan 13 % af.
Gedurende de opwarming varieert het vermogen niet significant (< 5 %).
De variatie in efficiëntie (hier indicatief berekend door deling van verlichtingssterkte door vermogen) door het opwarmen is -12 %. Een erg hoog negatief getal duidt op een significante afname door bijvoorbeeld warm worden van de lichtbron (lagere levensduur).

Afhankelijkheid spanning: Er is een constante afhankelijkheid van de verlichtingssterkte wanneer de voedingsspanning tussen de 200 – 250 V AC varieert.
Er is een constante afhankelijkheid van het opgenomen vermogen wanneer de voedingsspanning tussen de 200 – 250 V AC varieert.

Eff-variatie -12 % Dit is de variatie in efficiëntie (hier indicatief berekend door deling van verlichtingssterkte door vermogen) door het opwarmen. Een erg hoog negatief getal duidt op een significante afname door bijvoorbeeld warm worden van de lichtbron (lagere levensduur).
Dimbaar nee Volgens opgave fabrikant.
Biologische Effect Factor 0.301 Volgens voornorm DIN V 5031-100:2009-06.
Blauwlichtschade risico groep 0 0=geen, 1=laag, 2 = gemiddeld, 3=hoog risico.
vormfactor rondomstraler

Overzichtstabel

Let op: de gegevens zijn (deels) afkomstig van berekeningen. Zie ook de uitleg van deze tabel op de OliNo site.

Noot: de minimale afstand waarvoor de berekende resultaten in E (lux) geldig zijn, is 5 x 56 mm (maximale maat, eventueel diagonaal) = 280 mm. De resultaten van E (lux) binnen deze afstand (in rood aangegeven) zijn te hoog, en een meting met een goede luxmeter zal minder aangeven omdat deze zich in het nabije veld bevindt van de lamp.

EU 2013 Energielabel classificatie

Sinds sept 2013 zijn deze energielabels van kracht. Zie deze pagina voor meer uitleg.

Van belang voor de energieclassificatie zijn gecorrigeerd vermogen en nuttige lichtstroom.
Het opgenomen vermogen van 3.2 W moet worden omgerekend naar een gecorrigeerd vermogen. Dit is afhankelijk van het type lamp en of wel of niet inclusief voorschakelapparaat is gemeten. De keuze voor deze lamp is dat deze valt in de classificatie: Lampen met eigen voorschakelapparaat (intern of extern). Daarmee wordt het gecorrigeerde vermogen voor deze lamp 3.2 W.
De lichtstroom die gemeten is bedraagt 256 lm. De voor nuttige lichtstroom relevante classificatie van deze lamp is: Niet-gerichte lampen. Hiermee wordt de nuttige lichtstroom 256 lm. Nu kan hiervoor een referentievermogen uitgerekend worden.

De energie efficientie index is P_corr / P_ref = 0.12.

EU energielabel voor deze lamp

Zip bestand met daarin 6 EU energie-efficiëntielabels voor deze lamp

De prestatie van de lamp in het energie-performance vlak.

Eulumdat lichtdiagram

Het lichtdiagram geeft de helderheid aan in het C0-C180 en het C90-C270 vlak. Er is ook meer uitleg over dit diagram op de OliNo site.

Kruidvat_E14Kaarslamp_light_diagram

Het lichtdiagram en de indicatie van de C-vlakken.

Het lichtdiagram geeft een bundel aan in het C0-C180 vlak en in het 90 graden loodrecht daarop staande C90-C270 vlak. Deze zijn gelijk vanwege de symmetrie over de 1e as (de verticale as).

Verlichtingsterkte E_v op 1 m afstand, of lichtintensiteit I_v

Hierbij de plot van de gemiddelde lichtsterkte (I_v) afhankelijk van de hoek van meting t.o.v. de lamp. Dus alle lichtsterkte metingen behorende bij 1 kantelhoek, en afkomstig van verschillende draaihoeken, zijn gemiddeld. In deze grafiek is de helderheid in Cd direct af te lezen.

Het stralingsdiagram van de lamp.

Deze plot met deze gemiddelde waardes worden gebruikt om de totale lichtopbrengst te berekenen.

Het verloop van de lichtsterkte afhankelijk van de hoek t.o.v. de lamp.

Deze plot geeft grafisch weer welke verschillende meetwaarden verkregen zijn bij iedere kantelhoek. Voor een bepaalde kantelhoek zijn er zo een aantal metingen, die afkomstig zijn van verschillende draaihoeken rondom de lamp.

Bij het berekenen van de gemiddelde lichtsterktewaarden per hoek en deze uit te zetten in een grafiek, is de stralingshoek te bepalen: dit is berekend op 284 graden voor het C0-C180 vlak en 284 graden voor het C90-C270 vlak.

Lichtstroom

Met de meetgegevens van lux op 1 meter, gehaald uit het stralingsdiagram met de gemiddelde lichtsterktewaarden, is de lichtstroom te berekenen. Het resultaat van deze berekening voor deze lamp is 256 lm.

Efficientie

Een lichtstroom van 256 lm, en een opgenomen vermogen van 3.2 Watt, levert een efficiëntie van 79 lm/Watt.

Elektrische eigenschappen

De powerfactor is 0.45. Met deze powerfactor geldt dat voor iedere 1 kWh aan netto vermogen, er 1.96 kVAhr aan reactief vermogen is geweest.

Voedingsspanning 230.14 V
Voedingsstroom 0.031 A
Vermogen P 3.2 W
Schijnbaar vermogen S 7.1 VA
PF 0.45

Tevens is van deze lamp de spanningsvorm en stroomvorm opgenomen. Hoe de spannings- en stroomvorm wordt gemeten wordt uitgelegd op de OliNo site.

Spanningsvorm over de lamp en stroom door de lamp.

Deze stroom is gechecked tegen de eisen, gesteld door de Europese norm IEC 61000-3-2:2006 met amendement 2:2009 die eisen bevat voor verlichtingsinstallaties <= 25 W en voor > 25 W. Zie voor meer uitleg over de IEC 61000-3-2:2006 norm de OliNo website.

De harmonischen van de stroom uitgezet tegen de eisen voor harmonischen vanuit IEC61000-3-2:2006 A2:2009

Voor vermogens <= 25 W gelden geen limieten voor de harmonischen.

De Total Harmonic Distortion van de stroom is berekend en bedraagt 52 %.

Inschakelstroom

De inschakelstroom is gemeten voor de verschillende starthoeken van de spanning van 0 – 170 graden (met stap van steeds 10 graden). De stroom- en spanningswaardes zijn met een acquisitiefrequentie van 39.9 kS/s binnengehaald. Daarna zijn de meetresultaten door een 2e orde 2kHz laagdoorlaat Butterworth filter gehaald. Hiermee worden zeer kortdurende, niet relevante, (stroom)pieken weggefilterd.
De lamp stond steeds twee minuten uit voordat iedere test uitgevoerd werd.

Testspanning 230.0 V
Frequentie van de spanning 50.0 Hz
Maximale inschakelstroom 0.701 A Deze stroom is gevonden bij een starthoek van de spanning van 90 graden.
Pulsbreedte max inschakelstroom 4.3E-4 s Dit is de tijd dat de puls een stroomwaarde heeft hoger dan 10 % van de topwaarde.
Minimale inschakelstroom 0.064 A Deze stroom is gevonden bij een starthoek van de spanning van 0 graden.
I^2 x t na 10 ms bij 0 graden spanningshoek 1.700E-5 A^2.s Dit is de I^2 t waarde wanneer een nulpuntsdetector wordt toegepast waardoor de spanning begint bij 0 graden hoek.

Inschakelstroom bij worst-case inschakelhoek van de spanning

Eerste cyclus van de maximale inschakelstroom

De energie I2t gedurende de eerste 10 ms van de eerste stroomcyclus

Temperatuurmetingen lamp

Temperatuurplaatje(s).

status lamp > 2 uur aangestaan
omgevingstemperatuur 23.5 graden C
gereflecteerde schijnbare temperatuur 23.5 graden C
camera Flir T335
emissiviteit 0.95
meetafstand 0.5 m
IFOVgeometric 0.136 mm per 0.1 m afstand
NETD (thermische gevoeligheid) 50 mK

Kleurtemperatuur en licht- oftewel vermogensspectrum

Het kleurspectrum van het licht van deze lamp. Energieniveaus geldig op 1 m afstand.

De gemeten kleurtemperatuur van deze lamp is 2737 K wat warmwit is.

De meting is gedaan recht onder de lamp. De kleurtemperatuur kan ook worden gemeten onder verschillende kantelhoeken.

De kleurtemperatuur van de lamp afhankelijk van de kantelhoek.

De kleurtemperatuur is gegeven voor kantelhoeken tot 90 graden. Daarbuiten is niet meer gemeten.

Voor het C0-C180 vlak: kijkende naar de stralingshoek van 284 graden dan komt dit overeen met 141.9 graden kantelhoek, dit is het gebied waar het meeste van het licht afgegeven wordt. De maximale variatie in kleurtemperatuur in de eerste 90 graden van dit gebied (kantelhoek) is ongeveer 3 %.

Voor het C90-C270 vlak: kijkende naar de stralingshoek van 284 graden dan komt dit overeen met 141.9 graden kantelhoek, dit is het gebied waar het meeste van het licht afgegeven wordt. De maximale variatie in kleurtemperatuur in de eerste 90 graden van dit gebied (kantelhoek) is ongeveer 2 %.

PAR waarde en -spectrum

Uitleg over PAR, hoe de waarde te verkrijgen en de achtergrond van de gegevens is te vinden in het uitlegartikel over PAR op de OliNo site.

Het fotonenspectrum, dan de gevoeligheidscurve, resulterend in een PAR-spectrum

parameter waarde eenheid
PAR getal 0.1 uMol/s/m^2
PAR fotonstroom 2.4 uMol/s
PAR foton rendement 0.7 uMol/s/W

Als gekeken wordt naar het gedeelte van het spectrum van het licht van de lamp, dat bruikbaar is voor fotosynthese, dan komt dat neer op 63 % (geldig voor het golflengtegebied van 400-700 nm.

S/P ratio

Uitleg over S/P ratio, de waarde en het verkregen spectrum is te vinden op de OliNo site.

Het vermogensspectrum, de gevoeligheidscurven en de resulterende nacht – en dagspectra (laatste op 1 m afstand).

De S/P ratio van deze lamp is 1.2.

Zie voor meer achtergrondinformatie het uitlegartikel over S/P ratio op de OliNo website.

Kleursoort diagram

Het kleursoort diagram en de plaats van het licht van de lamp.

Het lichtpunt ligt binnen het gebied aangeduid met klasse B. Dit gebied geldt voor signaallampen, zie verder ook de uitleg over signaallampen en de kleurgebieden op de OliNo website.

De kleurcoördinaten zijn x=0.4618 en y=0.4184.

Kleurweergave-index of CRI

Hierbij het plaatje van de kleurweergave index. Deze wordt goed uitgelegd op de Wiki over kleurweergave-index. De echte relevantie van de CRI waarde wordt verder in een artikel op OliNo besproken.

De gegevens mbt de kleurweergave index van het licht van deze lamp.

Deze waarde van 79 geeft aan in hoeverre het licht van deze lamp een aantal referentiekleuren kan weergeven in vergelijk met het licht van een referentiebron (voor < 5000K een zwarte straler en voor > 5000K de zon/buitenlicht).

Deze waarde van 79 is marginaal kleiner dan de waarde van 80 die als minimum geldt voor een natuurgetrouwe kleurweergave voor alledaags gebruik, zie ook de uitleg over CRI waardes en hun betekenis op de OliNo website.

De “chromaticity difference” is 0.0027, wat aangeeft hoever de kleur van deze lamp afligt van het pad van de zwarte straler. Er wordt in sectie 5.3 van CIE 13.3-1995 een waarde genoemd van 5.4E-3 zonder verdere uitleg.
Een andere referentie is gegeven met de aangegeven gebieden voor wit licht in het kleursoortdiagram.

Spanningsafhankelijkheid

De lamp is onderzocht op hoe afhankelijk de parameters verlichtingssterkte E_v [lx] en het opgenomen netto vermogen P [W] zijn van de lampspanning. Uit de deling van E_v door P volgt een inschatting van de efficiëntie.

Afhankelijkheid van lampparameters van de ingestelde lampspanning.

Er is een constante afhankelijkheid van de verlichtingssterkte wanneer de voedingsspanning tussen de 200 – 250 V AC varieert.
Er is een constante afhankelijkheid van het opgenomen vermogen wanneer de voedingsspanning tussen de 200 – 250 V AC varieert.

Een abrupte variatie van + of – 5 V AC levert een verandering van de lichtintensiteitswaarden van maximaal 3.1 %. Dit verschil in lichtintensiteit is niet zichtbaar wanneer deze variatie abrupt gebeurt.

Opwarm-effecten

Van deze lamp zijn de opwarm-effecten doorgemeten op de verschillende interessante parameters. Zie ook de grafiek.

Opwarmen van de lamp en het effect op lampparameters; 100 % niveau aan het begin en aan het eind gelegd

Gedurende de opwarming varieert de verlichtingssterkte gedurende 22 minuten en neemt dan 13 % af.
Gedurende de opwarming varieert het vermogen niet significant (< 5 %).
De variatie in efficiëntie (hier indicatief berekend door deling van verlichtingssterkte door vermogen) door het opwarmen is -12 %. Een erg hoog negatief getal duidt op een significante afname door bijvoorbeeld warm worden van de lichtbron (lagere levensduur).

Mate van knipperen

Er is gekeken naar de mate van snelle verlichtingssterktevariaties van het licht van de lamp. Zie voor meer uitleg over de meetopstelling en achtergrond mbt verlichtingssterktevariaties de uitlegartikelen op OliNo.

De mate van snelle verlichtingssterktevariaties van het licht van de lamp

parameter waarde eenheid
Knipperfrequentie 100.0 Hz
Verlichtingssterkte modulatie 43 %

Verlichtingssterkte-modulatie-index wordt berekend als: (max_Ev – min_Ev) / (max_Ev + min_Ev). Zie tevens meer uitleg over verlichtingssterkte-modulatie-index en knipperfrequentie op de OliNo website.

Biologisch effect

Het biologisch effect zegt iets over in hoeverre het licht van deze lamp in staat is het menselijk dag- nachtritme te beïnvoeden evenals de mate van melatonineopwekking te onderdrukken. Zie ook een uitlegartikel (in Engels) over biologisch effect op OliNo.
De volgens de voornorm DIN V 5031-100:2009-06 interessante biologische factoren:

biologische effect factor 0.301
kbiol trans (25 jaar) 1.000
kbiol trans (50 jaar) 0.789
kbiol trans (75 jaar) 0.546
kpupil(25 jaar) 1.000
kpupil(50 jaar) 0.740
kpupil(75 jaar) 0.519

Blauw Licht Schade

De mate van blauwlicht en de schade die het kan veroorzaken op het netvlies is bepaald. Hierbij de resultaten.
Zie voor meer uitleg over blauwlichtschade en de manier van meten op OliNo.

Het niveau van blauw licht van deze lamp tov de blootstellingslimiet en de verschillende classificatiegebieden.

L_lum0 [mm] 38 Afmeting helderste gedeelte lamp in C0-C180 richting.
L_lum90 [mm] 38 Afmeting helderste gedeelte lamp in C90-C270 richting.
SSD_500lx [mm] 178 Berekende afstand waarop 500 lux gemeten zou moeten worden. Dit is geldig wanneer deze zich bevindt in het verre veld van de lamp. Noot: Als deze waarde 200 mm is dan is op grond van de norm IEC 62471:2006 gerekend op 200 mm afstand.
Begin verre veld [mm] 269 Minimale afstand waarbij de lamp gezien kan worden als puntbron. In dit gebied geldt dat Ev evenredig is met (1/afstand)2.
300-350 nm waardes ingevuld met 0 ja In het geval dat OliNo heeft gemeten met een SpecBos 1211 spectrometer zonder UV optie dan is er geen meetdata van 300-349 nm. Bij lampen die nabij 350 nm geen energieinhoud meer hebben, kan dan het gebied van 300-349 nm eventueel ingevuld worden met 0.
alphaC0-C180 [rad] 0.190 (Schijnbare) voorwerpshoek in C0-C180 richting.
alphaC90-C270 [rad] 0.190 (Schijnbare) voorwerpshoek in C90-C270 richting.
alphaAVG [rad] 0.100 Gemiddelde (schijnbare) voorwerpshoek. Indien >= 0.011 rad dan wordt met radiantie Lb de blootstellingslimiet berekend. Anders met irradiantie Eb.
Blootstellingswaarde [W/m^2/sr] 3.27E+0 Blauwlichtschade waarde voor deze lamp, gemeten recht onder de lamp. Er is gerekend met Lb. De 500 lux-waarde ligt binnen de minimale meetafstand van 200 mm. Het berekende resultaat hier wat uitgaat van de 500 lux meetafstand is hierdoor te pessimistisch.
Blauwlichtschade risico groep 0 0=geen, 1=laag, 2 = gemiddeld, 3=hoog risico.

Geef een reactie

 

WP Theme & Icons by N.Design Studio
Gebruiksvoorschriften | Privacybeleid Adverteren Entries RSS Comments RSS Log in